Bientôt ici la traduction du règlement d'élevage.
Artikel 1
Ieder lid van de klub moet de voorschriften naleven van de K.K.U.S.H. en in het bijzonder het reglement voor inschrijving in het stamboek L.O.S.H.
Artikel 2
Men zal slechts reuen en teven voor de fok gebruiken die ingeschreven zijn in het L.O.S.H., A.L.S.H. of in een buitenlands stamboek erkend door de F.C.I.
Artikel 3
Ingevolge besluit van de Kynologische Raad dd. 22.5.1976, bekrachtigd door de Vergadering der Afgevaardigden in zijn vergadering van 22.5.1976 zullen: a. de reuen niet mogen dekken voor zij 12 maanden oud zijn b. de teven niet mogen gedekt worden voor zij 15 maanden oud zijn Voor de Berners en Grote Zwitsers, geboren na 1.1.1987, werd deze termijn op 18 maand gebracht omwille van het verplichte heupdysplasieonderzoek.
Artikel 4
Ideaal is één nest per jaar, maar indien het noodzakelijk is om het ogenblik van de geboorte te verplaatsen, mag dat tweemaal in één jaar, maar daarna moet de teef één volledig jaar rusten vooraleer een volgend nest te werpen. Er worden maximaal 3 nesten voor éénzelfde teef aanvaard in een tijdperk van twee jaar. Het aantal pups per nest is onbeperkt.
Artikel 5
De dekreu zal niet meer dan 40 dekkingen per jaar mogen verrichten. De maximum leeftijd ingevolge hoger vermeld besluit van de V.d.A. is voor reuen en teven op 10 jaar gesteld. Uitzonderingen kunnen aangevraagd worden bij de K.M.S.H., 6 maand op voorhand.
Artikel 6
De fokker verplicht zich ertoe geen honden te gebruiken voor de fok met een der volgende gebreken:
• epilepsie
• erfelijke fouten
• grove gebitsfouten
* ontbreken van tanden met uitzondering van:
maximaal 2 PM1 voor de Berner
maximaal 1 PM1 of 1 PM2 voor de Grote Zwitser
maximaal 1 PM1 voor de Appenzeller
maximaal 2 PM1 voor de Entlebucher
* boven- of onder-voorbijters
• de zeer angstige of agressieve dieren
• dieren die niet voldoen aan de hierna beschreven onderzoeken betreffende heupdysplasie (HD).”De honden moeten aan het onderzoek op heupdysplasie hebben voldaan vooraleer tot de fok te worden toegelaten. Voor alle honden gelden de normen van de K.M.S.H. t.t.z. enkel honden met een attest A, B of C zullen tot de fok worden toegelaten. De honden met HD/C dienen evenwel gekoppeld te worden met een HD/A of HD/B. Honden met een HD/D of HD/E worden niet toegelaten voor de fok.”
• dieren die niet voldoen aan de hierna beschreven onderzoeken: De Appenzeller Sennenhond, de Berner Sennenhond en de Grote Zwitserse Sennenhond, geboren na 01.01.2000, moeten aan het onderzoek op elleboogdysplasie hebben voldaan vooraleer tot de fok te worden toegelaten. Voor alle honden gelden de normen van het moederland Zwitserland, nl.: enkel honden met een attest ED 0 en ED 1 zullen tot de fok worden toegelaten. De Grote Zwitserse Sennenhond moet tevens een officieel onderzoek op OCD van de schouder ondergaan. Om toegelaten te worden tot de fok moet de Grote Zwitserse Sennenhond vrij zijn van OCD. De minimum leeftijd voor deze onderzoeken is voor de Appenzeller en Entlebucher 12 maanden en voor de Berner en de Grote Zwitser 18 maanden De Grote Zwitser dient daarnaast ook verplicht een oogonderzoek te ondergaan en moet vrij van cataract bevonden worden om tot de fok toegelaten te worden. Dit onderzoek kan gedaan worden vanaf de leeftijd van 18 maanden, maar aanbevolen wordt om te wachten tot 24 maanden. Wanneer het vroeger gedaan wordt dan de leeftijd van 24 maanden, dan moet er een tweede onderzoek gebeuren op 36 maanden. Wanneer het na de leeftijd van 24 maanden gedaan wordt, dan is 1 enkel onderzoek voldoende. De Entlebucher Sennenhond dient jaarlijks een onderzoek van de ogen te ondergaan volgens de geldende Zwitserse normen., in het bijzonder de PRAgen-test. Enkel de honden die vrij zijn van PRA worden toegelaten tot de fok
Speciale gevallen worden aan de fokcommissie ter beoordeling voorgelegd.
Artikel 7
Reuen en teven moeten in goede gezondheid zijn en de kennel moet vrij zijn van besmettelijke ziekten.
Artikel 8
Alle pups dienen een officiële stamboom L.O.S.H. of A.L.S.H. te bekomen en er zal geen enkel pup afgegeven worden: * voor de ouderdom van 7 weken * zonder de noodzakelijke inentingen (minstns Carré en Parvo) * met grove fouten tegen de standaard * zonder tatoeëring of chip * zonder registratie
Artikel 9
De dekkondities worden vastgesteld tussen de eigenaar van de dekreu en de eigenaar van de teef. In het algemeen verwijzen wij naar de voorschriften vastgelegd op de vergadering van het FCI op 11/12-05-79 in Bern.
Artikel 10
Buitenlandse leden zijn eraan gehouden bij voorrang de fokreglementen te volgen die in hun eigen land geldig zijn. Bij ontbreken van fokreglementen aldaar zijn zij verplicht zich te houden aan de fokreglementen van de B.K.Z.S.
Artikel 11
Alleen honden van eigen fok mogen verkocht worden. Het inkopen van een hond met de bedoeling deze zelfde hond terug verder te verkopen mag enkel bij uitzondering gebeuren, zoniet zal zulks beschouwd worden als “handel”, iets wat volledig in tegenspraak is met de doelstelling van de vereniging.
Artikel 12
Vooraleer tot de fok te worden toegelaten zullen de honden, zowel reu als teef, aan één van de volgende voorwaarden moeten voldoen: * minstens tweemaal uitgebracht worden op een C.A.C. of C.A.C.I.B. tentoonstelling, erkend door de F.C.I., en daar, hetzij éénmaal in jeugdklas en éénmaal in open klas, hetzij tweemaal in open klas, minstens de kwalifikatie”Zeer Goed” behaald hebben. * de B.K.Z.S.-selektie bekomen hebben. * de titel “B.K.Z.S. Bevoorrechte Hond” behaald hebben. * een andere door het F.C.I. erkende selektie behaald hebben.
Artikel 13
De fok tussen bloedverwanten broer/zuster vader/dochter moeder/zoon is verboden, behalve indien er schriftelijk toelating is gevraagd aan de B.K.Z.S. en de K.M.S.H. en dit minstens 6 maanden op voorhand.
Artikel 14
Pupbemiddeling wordt verleend aan honden die voldoen aan alle artikelen van het fokreglement. “Geselekteerde” en “Bevoorrechte” honden hebben voorrang.
Artikel 15
Elke fokker, lid van de B.K.Z.S., verbindt zich ertoe alleen te fokken met honden in orde met het fokreglement van de B.K.Z.S. Dekreuen dekken alleen teven in orde met het fokreglement van de B.K.Z.S.
Artikel 16
Een lid in het bezit van een teef of reu in orde met het fokreglement van de B.K.Z.S., die in een bepaalde kombinatie erfelijke fouten vererft, zal in overleg met de fokkommissie een andere combinatie uitzoeken.
Artikel 17
Van de fokker, lid van de B.K.Z.S., wordt verwacht dat het “Reglement Pupbemiddeling” strikt opgevolgd wordt.
Artikel 18
Leden van de B.K.Z.S. die zich niet houden aan dit fokreglement, kunnen een sanctie oplopen, gaande van een verwittiging tot schorsing als lid van de B.K.Z.S.
|
|
Dernière mise à jour : ( 14-03-2010 )
|